Juist de flexschil heeft de sector enorm geholpen

Hoofddorp, 3 februari 2021 - "Ook na de coronacrisis moet de externe flexschil in de logistieke arbeidsmarkt blijven bestaan, zegt Steven Gudde, directeur Arbeidsmarkt bij Olympia. "Een oproep vanuit sociale partners om vooral in te zetten op een vaste aanstelling is niet alleen te simpel, het lost de kern van het probleem niet op. Want het sturen op een vast dienstverband, zoals vakbonden en werkgevers bepleiten is niet de oplossing. Goed werkgeverschap is dat wel". 

Steven Gudde schreef de volgende column voor Logistiek.nl

Juist de flexschil heeft de sector enorm geholpen
De huidige coronacrisis vraagt om gericht handelen van werkgevers om de zekerheid van organisaties en mensen die daaraan verbonden zijn te kunnen waarborgen. Terecht ligt daarbij de focus op het hier en nu. Tegelijkertijd ontslaat de actualiteit van vandaag ons niet van de plicht om voorbij de crisis te kijken naar de wereld die daarachter ligt. Gaan we straks terug naar het oude normaal of wordt alles anders? Bijvoorbeeld als het gaat om de omgang met personeel en de inzet van de flexibele schil.

Als deze coronaperiode iets heeft bewezen, is het wel de waarde van flexwerk. Het is dankzij de (externe) flexschil dat de sector in staat is gebleken de pieken en de dalen van de crisis op te vangen, zonder dat hierdoor de continuïteit van bedrijven in gevaar kwam. Dat dit ook andere aandachtspunten rond flexibele arbeid zichtbaar heeft gemaakt is een gegeven, maar dat is niet aan de werkgevers om op te lossen; het vindt zijn oorzaak vooral in de context van ons collectieve sociale stelsel.

Hoezo ‘echte’ banen?
Vanuit verschillende kanten klinken signalen dat externe flex aan het krimpen is en dat dit een voorbode zou zijn voor het nieuwe normaal van na de crisis. Wetgeving moet daarbij het laatste zetje geven om een vast dienstverband boven een flexibele aanstelling te laten prevaleren. ‘Echte’ banen boven flexbanen. Deze uitspraak van oud-minister Asscher is inmiddels voor sommige partijen een gevleugelde uitspraak geworden. Ik heb daar enorme moeite mee. Alsof een chauffeur in een tijdelijk dienstverband geen echte chauffeur zou zijn.

Opeenvolgende wetten; WWZ, WFZ en recentelijk de WAB delen een gemeenschappelijk doel: flexwerk minder flex, vast werk minder vast. Met de te verwachten nieuwe wetgeving zal dat niet heel anders zijn, tenminste niet als het aan de Commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap) ligt.

Flexschil neemt amper af
Het effect van alle wetten is vooral geweest dat het flexibel inrichten van een personeelsbestand voor een werkgever duurder is geworden. Opmerkelijk genoeg heeft zich dat vrijwel nooit vertaald in een vermindering van de flexschil maar in een toename. Waarbij deze groei voornamelijk is veroorzaakt door andere vormen van flex dan uitzenden. Dat blijft namelijk al jaren circuleren rond de 3 procent van de werkende beroepsbevolking.

De flexschil is de afgelopen jaren gegroeid tot 28 procent van de totale werkende beroepsbevolking in 2019. Om daarna geleidelijk af te nemen ten faveure van het vaste dienstverband. Waarmee de wetgevers een bevestiging zagen dat hun beleid werkt. Maar daarmee houden ze zichzelf voor de gek.

Vakbonden en TLN werken samen in SOOB en willen switch naar vast
Geef meer vooruitzicht op vaste banen in plaats van tijdelijke contracten. Dat is één van de aanbevelingen in het recent verschenen rapport van SOOB getiteld ‘Slimmer werken’. Hierin leggen sociale partners (FNV, CNV, TLN) hun visie neer op de arbeidsmarkt in de logistieke sector. Het rapport geeft een schets van een wereld in beweging, nu en na de coronapandemie.

Economie is bepalend
Het is de economie die de grootte van de flexschil bepaalt. De krapte op de arbeidsmarkt is de factor, die de groei of krimp van vaste aanstellingen stuurt. Een patroon dat we de afgelopen decennia steeds zien. De huidige beweging is daarop geen uitzondering. Er is geen sprake van een trend richting een structurele vermindering van de flexschil. De krimpende flexschil van de afgelopen jaren is precies datgene wat je mag verwachten. Vooruitlopend op afnemende economische groei, krimpt een flexschil. Om daarna versneld af te schalen in een crisis. De volgende stap is dat bij een herstellende economie de flexschil weer zal groeien, zeker als deze economie herstelt van een crisis. Onderzoek van ABU (brancheorganisatie van de uitzendsector) en TNO leert dat de verwachting is dat deze externe flexschil in de oude vorm echter niet meer naar het piekniveau van 2019 zal doorstijgen. Maar dat betekent niet dat flex zal afnemen.

Tweederangs medewerkers
Onderzoek van Hogeschool Windesheim wijst uit dat de nadruk bij bedrijfsmaatregelen in de coronacrisis vooral ligt op het reduceren van directe kosten. Niet raar, maar potentieel risicovol richting de toekomst. Investeringen worden stopgezet, betalingstermijnen richting leveranciers worden heronderhandeld, er wordt ingezet op steunmaatregelen vanuit de overheid en (uiteraard – zou je bijna zeggen) er wordt afgebouwd op (vooral) de externe flexibele schil.

Naast de afbouw is tegelijkertijd grootschalig gebruik gemaakt van de NOW 1, 2 en 3 om eigen personeel te behouden. Hoewel afbouw op de flexibele schil precies is waar deze op onderdelen voor bedoeld is, creëert het (door de massaliteit van de beweging en het ogenschijnlijke gemak waarmee deze afbouw gepaard ging) wel het beeld dat er eerste en tweederangs medewerkers bestaan. Ook in de logistiek is dit het geval. Dit heeft het imago van de sector (dat toch al onder druk staat) geen goed gedaan. Dat zet de sector richting de toekomst mogelijk op achterstand als de crisis voorbij is.

Opportunisme in e-fulfilment
In de logistieke sector heeft de crisis letterlijk twee gezichten. Daar waar (weg)transport direct de negatieve effecten ervaart en mensen werkloos thuis zitten en veel flex het kind van rekening is, ontstaat er bij de distributeur en e-commerce bedrijven een tegenovergestelde beweging. Daar is het werk in sommige gevallen met wel 160(!) procent toegenomen. De druk op deze bedrijven is enorm en de werkgelegenheid neemt daar juist toe. In deze sector is traditioneel sprake van veel (externe) flex. Dat de vaste aanstelling hier nu wint aan populariteit is niet per se ingegeven vanuit een intrinsieke motivatie de werkgeversrol anders in te vullen. Maar wellicht meer een opportunistische keuze om in een krappe markt te kunnen concurreren met andere werkgevers. Een keuze vanuit extrinsieke motivatie dus, die ingegeven wordt door de markt. Niet door gericht bedrijfsbeleid.

Daarmee gedragen logistieke bedrijven zich net zoals vele andere werkgevers. Het vaste dienstverband lijkt voor nu het antwoord. Maar het is niet voldoende. Deze coronacrisis leidt de sector af van het werkelijke probleem. Een probleem dat niet wordt opgelost met een versterkte inzet op een vaste aanstelling, zoals ook in het recente visieboekje van SOOB wordt betoogd. En ook niet door andere regelgeving vanuit de overheid rond flexibilisering, waar de lobby en het tienpuntenplan voor 2021 van Evofenedex op inzet.

"Voor elke drie vacatures is straks maar één werkzoekende"

Krapte neemt alleen maar toe
Van alle uitdagingen waarvoor de sector staat, is arbeidsmarktkrapte wellicht een van de grootste. De komende jaren worden we geconfronteerd met zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve krapte. Veroorzaakt door ontgroening en bevolkingskrimp, versnelde uitstroom van personeel door (met name in de uitvoerende functies) de hoge gemiddelde leeftijd en technologische ontwikkeling die door personeel niet gevolgd kan worden. Tezamen zorgen zij voor schaarste. Dat is geen toekomstmuziek. Dat is nu het geval. De Intelligence Group voorspelt dat al in 2021 er voor elke drie vacatures in de logistiek nog maar één werkzoekende is. Ook onze eigen analyses laten een toename van deze krapte zien. Dit wordt de komende jaren alleen maar erger met de verder oplopen van het aantal vacatures in de logistiek. En dat terwijl de sector voor de grote uitdaging staat om te kunnen meebewegen met alle ontwikkelingen waarbij personeel een cruciaal aspect is. Al het personeel. Flex en vast.

Conclusie voor nu en na corona
Ook in de toekomst moeten werkgevers kunnen meebewegen. Flexibiliteit is daarbij noodzakelijk. Maar dit begint met het gegeven dat men überhaupt over mensen moet kunnen beschikken als werkgever. Waarbij een werkgever ook echt werkgever is voor mensen in vaste dienst en voor mensen met een flexibel dienstverband. In een krappe arbeidsmarkt zal een werkgever moeten investeren in werkgeverschap. Door opleidingen aan te bieden, door flexibele arbeidsvoorwaarden, door goede doorstroommogelijkheden en perspectief. Zo ontstaat een goede werkomgeving en werkgeversimago.

Dit wordt niet opgelost door het aanbieden een vast dienstverband. Dit is ook niet de oplossing. Flexibilisering blijft noodzakelijk. En natuurlijk zijn er andere manieren dan enkel externe flexibiliteit om dit op te lossen, zoals dat nu vaak wel het geval is. Net zoals corona kwetsbaarheden in de supply chain zichtbaar heeft gemaakt en maakt dat bedrijven deze gaan herzien. Zo moet dat ook gelden voor het invullen van flex en het vervullen van de werkgeversrol voor nu en in de toekomst. Een vast dienstverband maakt je geen werkgever, daar is veel meer voor nodig. En daar heeft de sector nog veel te winnen.