1 op de 5 inwoners van Amsterdam is laaggeletterd

Laaggeletterdheid is een groter probleem dan de meeste mensen denken. In Nederland zijn maar liefst 2,6 miljoen mensen laaggeletterd. In Amsterdam gaat het om 150.000 inwoners.

Een grote groep en reden voor de Gemeente Amsterdam om in 2018 samen met werkgevers het Amsterdamse Taalakkoord af te sluiten. Ook Olympia ondertekende dit akkoord, waarmee het de ambitie uitspreekt om iets te doen aan de problematiek van laaggeletterdheid. Maar wat houdt laaggeletterdheid eigenlijk precies in? Hoe gaat het Amsterdamse Taalakkoord een bijdrage leveren om de problematiek op te lossen?

Yvette Feist, projectleider van het Amsterdamse Taalakkoord, vertelt je er meer over.

Kun je wat over jezelf vertellen?

Mijn naam is Yvette Feist. Ik ben 51 jaar en maar liefst 25 jaar werkzaam bij de (gemeentelijke) overheid. Sinds 2017 ben ik projectleider van het Amsterdams Taalakkoord.

Wat is het Amsterdamse Taalakkoord?

Het Amsterdamse Taalakkoord is opgesteld omdat er in Amsterdam zo’n grote groep laaggeletterden is: ruim 18% van de beroepsbevolking in onze stad is laaggeletterd. Deze mensen hebben moeite met de Nederlandse taal, rekenen, het bijhouden van hun administratie of met digitale vaardigheden.

De gemeente kan deze grote groep mensen niet alleen bereiken. Daarom doet het een beroep om werkgevers om hierbij te helpen. Via het Taalakkoord worden er afspraken gemaakt met werkgevers over wat ze kunnen doen om medewerkers met een taalachterstand te helpen.

Wat houdt laaggeletterdheid precies in?

Onder laaggeletterdheid verstaan we lage taal- reken- en digitale vaardigheden, waardoor mensen onvoldoende mee kunnen doen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Je kunt het vergelijken met de kennis van iemand uit groep 8 op de gebieden spreken, lezen en schrijven.

Hoe ontstaat taalachterstand?

Een taalachterstand kan al vroeg ontstaan. De meeste ouders praten veel tegen hun baby en als hun kinderen beginnen met praten corrigeren ze hun fouten. Maar dat gebeurt niet in alle gezinnen. En als dat niet gebeurd, kan op jonge leeftijd al een taalachterstand ontstaan. Maar ook kinderen die opgroeien in een omgeving zonder boeken, kranten of tijdschriften en kinderen die te weinig aandacht en begeleiding op school hebben gekregen lopen extra risico’s.

Even terug naar het Taalakkoord. Wat doen alle werkgevers die het hebben ondertekend dan precies?

Alle organisaties die het Taalakkoord hebben ondertekend noemen wij Taalpartners. Zij ondernemen activiteiten op één of meerdere pijlers van het Amsterdamse Taalakkoord:

Pijler 1: meer kennis en bewustwording creëren binnen de organisatie door medewerkers te trainen in het herkennen van laaggeletterdheid en hoe hiermee om te gaan.

Pijler 2: communicatie aanpassen door te testen of teksten (bijvoorbeeld brieven of de website) begrijpelijk zijn voor laaggeletterden.

Pijler 3: eigen medewerkers opleiden op de onderdelen taal, rekenen of digitale vaardigheden

Met alle Taalpartners gaan we in gesprek over het ontwikkelen van acties op één of meerdere van deze 3 pijlers. Vanuit de gemeente ondersteunen en faciliteren we de werkgevers hierbij.

Wat doet Olympia voor het Taalakkoord?

In september 2018 heeft Olympia het Taalakkoord ondertekend. Sindsdien is Olympia  gestart met verschillende activiteiten die een bijdrage leveren aan de pijlers. Zo is er laatst een training georganiseerd over het herkennen van laaggeletterdheid die goed werd bezocht.